CHEMISCHE REINIGING EN ONTSMETTING

Omdat de ontdekking van micro-organismen vooral gelinkt was met ziekten had de mens het idee dat alle micro-organismen gevaarlijk zijn. Naast de zoektocht naar middelen om ziektes te bestrijden (antibiotica) werd ook steeds meer aandacht gegeven aan de hygiëne van onszelf en onze omgeving. Daartoe werden producten ontwikkeld om te reinigen en te ontsmetten.

Er is een belangrijk verschil tussen reiniging en ontsmetting, zowel van oppervlakken als van ons lichaam.
Reiniging: Het verwijderen van vuil van een oppervlak (een materiaal zijn of onze huid). Dit wordt gedaan met zepen (of detergenten).
Ontsmetting: Een oppervlak vrij maken van micro-organismen door deze af te doden. Dit wordt gedaan met biociden (of desinfectanten).
Zowel zepen als biociden zijn volledig chemisch van samenstelling, waarbij de biociden een actieve stof bevatten die afdodend is. Tegenwoordig worden zepen en biociden soms gecombineerd, waarbij één product dus zowel de reiniging als de afdoding zou moeten doen (bvb Dettol).
Het uiteindelijke doel is dus om met reiniging en ontsmetting ervoor te zorgen dat in onze omgeving geen micro-organismen en hun voedingsbron (= vuil) meer aanwezig zijn.

De resistentie problematiek:
Het gebruik van de detergenten en ontsmettingsmiddelen bleek aanvankelijk goed te werken en men kon een oppervlak vrij makkelijk vrij maken van vuil en micro-organismen. Echter, door hun lange tijd op aarde hebben micro-organismen geleerd zich razendsnel aan te passen aan veranderende omstandigheden.
Zeer snel (enkele decennia) na introductie van ontsmettingsmiddelen vonden de micro-organismen manieren om deze bedreiging te omzeilen, hetgeen we vandaag resistentie noemen. Dit wil zeggen dat de micro-organismen steeds beter een aanval van ontsmettingsmiddelen weten te overleven. De efficiëntie van ontsmettingsmiddelen wordt dus steeds minder.
Ook op vlak van reinigingsmiddelen is er een steeds groter probleem. Eén van de mechanismen die de micro-organismen gebruiken om zich te verdedigen tegen deze chemische aanvallen is het vormen van steeds hardnekkiger biofilms. Dit heeft als gevolg dat de reinigingsmiddelen (zepen, detergenten) niet meer efficiënt vuil van oppervlakken kunnen verwijderen omdat dit steeds vaker vast zit in biofilms die bijna onderdringbaar zijn voor zepen.

De ontsmettingsparadox:
Er gaat echter een groter gevaar schuil achter chemische reiniging en ontsmetting. De invloed op de microbiële dynamiek is van die aard dat de microbiële gemeenschap of microflora steeds meer gestuurd wordt in de richting van een schadelijke microflora.

Wat gebeurt er bij chemische reiniging en ontsmetting:
Als we opnieuw ons oppervlak nemen waar voeding, vocht en plaats is om een microbiële gemeenschap van maximaal 100 micro-organismen in leven te houden. Onmiddellijk na de ontsmetting zal het aantal micro-organismen sterk gedaald zijn.

(Totaal 100: 12 goed, 4 slecht, 84 leeg)

Echter, door de resistentie zullen een aantal micro-organismen deze ontsmetting overleven. Een ontsmettingsmiddel heeft geen nawerking, dus reeds na enkele minuten zullen deze overlevers beginnen hergroeien. Ze hebben immers plots heel veel plaats (de vrijgekomen plaatsen van de afgedoodde micro-organismen), voeding (de afgedoodde micro-organismen zelf dienen als voedingsbron) en vocht (meegekomen met de ontsmettingsmiddelen).
Aangezien resistente schadelijke kiemen het best een ontsmettingsaanval overleven, en dus sneller hergroeien, zal elke ontsmetting resulteren in een microbiële gemeenschap die steeds meer resistente schadelijke kiemen bevat. Ook nu weer zal deze nieuwe microbiële gemeenschap zich stabiliseren en via een veiligheidsmarge zorgen dat ze niet alle plaatsen bezetten om zo lang mogelijk te overleven.
Na enkele ontsmettingen zal de nieuwe microbiële gemeenschap dus steeds meer schadelijke kiemen bevatten en er als volgt uitzien:

(Totaal 100: 22 goed, 38 slecht, 40 leeg)

Ter verduidelijking zetten we nog even het schema van de natuurlijke microflora naast het schema van de microflora na enkele ontsmettingen :

Natuurlijke microflora:

(Totaal 100: 42 goed, 18 slecht, 40 leeg)

Microflora na ontsmettingen

(Totaal 100: 22 goed, 38 slecht, 40 leeg)

Beide oppervlakken hebben nog steeds evenveel micro-organismen maar het aandeel schadelijke kiemen is door de resistentieproblematiek veel groter wanneer ontsmettingsmiddelen gebruikt worden.

Hoe meer de mens ontsmettingsmiddelen gebruikt, hoe meer schadelijke kiemen men vindt. Dit is de ontsmettingsparadox.